|
Vaarbewijs Nederland
De watersportbonden
ANWB, KNMC, Watersportverbond en NWB organiseren op vraag van
de minister van Verkeer en Waterstaat de examens
Klein Vaarbewijs. De Regeling examen Klein Vaarbewijs dd 15
april 1994 is gepubliceerd in de Staatscourant nr 78 van 22
april 1994. Wanneer valt u onder de vaarbewijs-plicht?
Deze verplichting geldt voor het varen met:
- een schip met
een lengte van 15 meter of meer dat niet bedrijfsmatig
wordt gebruikt
- een schip met een lengte tussen de 15 en
20 meter dat bedrijfsmatig wordt gebruikt of voor bedrijfsmatig
gebruik is bestemd
- een sleep- of duwboot (die niet wordt gebruikt
om een schip met een lengte van 20 meter of meer te slepen,
langszij mee te voeren of te duwen)
- een motorboot met een
lengte van minder dan 15 meter die een snelheid van meer
dan 20 kilometer per uur kan bereiken.
Van het vaarbewijs voor
de pleziervaart bestaan 2 typen, namelijk:
Klein Vaarbewijs
I:
Dit vaarbewijs geeft de schipper het recht te varen op alle
rivieren, kanalen en kleine meren. De Gouwzee en de Randmeren
(Gooimeer t/m Ketelmeer/Zwarte
Meer) zijn vaarbewijs I gebied. De havens aan de vaarbewijs II
gebieden zijn vaarbewijs
I gebied. Het Klein Vaarbewijs I is niet geldig voor de Westerschelde,
de Oosterschelde, het IJsselmeer incl. Markermeer en IJmeer, de
Waddenzee, de
Eems en de Dollard.
Klein Vaarbewijs II:
Dit vaarbewijs geeft de schipper het recht te varen op alle
binnenwateren, dus inclusief de Westerschelde, de Oosterschelde,
het IJsselmeer
incl. Markermeer en IJmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard.
Vaarbewijs België
De schipper van een binnenvaartuig gebruikt bij het vervoer
van goederen of personen (motorschip, sleepboot, duwboot, sleepschip
of samenstel) moet, in toepassing van een Europese richtlijn,
in bezit zijn van een document dat zijn vaarbekwaamheid bewijst:
- Vaarbewijs A: voor het vervoer op alle scheepvaartwegen
van de Europese Unie, met uitzondering van deze waarvoor
een
Rijnpatent is vereist.
- Vaarbewijs B: voor het vervoer op de
scheepvaartwegen van de Europese Unie met uitzondering
van de maritieme waterwegen
en deze waarvoor een Rijnpatent is vereist.
Uitzonderingen:
- Vervoer van goederen met schepen met een lengte
kleiner dan 20 m.
- Vervoer van ten
hoogste 12 passagiers (naast de bemanning).
- Schepen belast
met controle en deze van de brandweer.
- Militaire schepen.
Gelijkwaardig zijn:
- Vaarbewijs A afgegeven door andere lidstaten
van de EU, voor het vervoer van goederen op alle scheepvaartwegen
van de Europese Unie, met uitzondering van deze waarvoor een Rijnpatent
is vereist.
- Vaarbewijs B afgegeven
door andere lidstaten van de EU, voor het vervoer van
goederen op de scheepvaartwegen
van de Europese Unie met uitzondering van de maritieme
waterwegen en deze waarvoor
een Rijnpatent is vereist.
- Het Groot Rijnpatent
op alle waterwegen van het Rijk.
- Stuurbrevetten afgegeven
vóór 8 april 1998, voor
zover de identiteitskaart niet werd gewijzigd:
- Stuurbrevet
A: vervoer van goederen op alle waterwegen van het Rijk.
- Stuurbrevet B: vervoer van goederen op de waterwegen van
het Rijk, uitgezonderd de Beneden-Zeeschelde.
- Stuurbrevet C: voor het vervoer van passagiers op alle
scheepvaartwegen van het Rijk.
- Stuurbrevet D: voor het
vervoer van passagiers op de scheepvaartwegen van het
Rijk, uitgezonderd de Beneden-Zeeschelde.
|